Prof.Dr. Dirk De Geest over 'Verdwaalpalen'

TEKST groter lettertype kleiner lettertype

donderdag 12 oktober 2017 om 09:03 uur.    |    Terug naar Proza
Dit werk werd reeds 404 maal bekeken.


Frank de Vos: Verdwaalpalen. Belijdenissen in blauw

door Dirk De Geest

Frank de Vos is een poëtische laatbloeier, maar sinds zijn debuut tien jaar geleden (hij was toen vijftig) heeft de muze hem niet meer losgelaten. Verdwaalpalen is al zijn zesde bundel. Ook nu weer toont de dichter zich als een buitenbeentje. Hij kiest niet meteen voor uitgepuurde gedichten van weinig woorden, maar integendeel voor ronkende volzinnen: breed gedragen, met heel wat bepalingen en adjectieven. Het doet enigszins denken aan de syntaxis van de klassieke talen. De dichter schuwt bijgevolg de retoriek niet, wat aan zijn poëzie een breedvoerigheid maar ook een bijzondere kleur verleent.

Dat wordt ook duidelijk door de wijze waarop de gedichten vervloeien tot proza. De Vos is veel minder bezig met de structuur van afzonderlijke versregels; wat hem interesseert is veeleer de stroom aan woorden, gedachten, indrukken. Het is volgens mij geen toeval dat de dichter graag en vaak verwijst naar de Franse literatuur, waar het prozagedicht tot grote hoogten is gevoerd. Veel van de teksten uit Verdwaalpalen lijken inderdaad prozagedichten.

Prof.Dr. Dirk De Geest

Vanaf het eerste vers, geschreven bij een oude kinderfoto, is het ik verdwaald: in de ruimte, in de tijd, in zijn leven. Dat nomadische bestaan leidt tot een gevoel van melancholie, maar het laat de dichter ook intens openstaan voor kleine dingen, voordetails die een ander nauwelijks opmerkt. Tegelijk wordt de sfeer van de bundel daardoor ook wel wrang bij momenten. De vele herinneringen staan in het teken van het verlies, en de herinnering via het gedicht maakt dat gemis enkel intenser in plaats van het op te heffen.

Het valt inderdaad op hoe de bundel doordrongen is van de dood. Dat gebeurt allereerst via een reeks indringende teksten over de stervende moeder: het lichaam en de geest verdwijnen en dat ‘opgeloste’ subject wordt naaldscherp opgeroepen in indrukken en beelden. De dementie, de lichamelijke aftakeling, de onrust van de inrichting: niets wordt het ik (en de lezer in zijn spoor) bespaard. De Vos weet daarenboven de spanning tussen empathie en afstand nog te vergroten doordat de zoon en de moeder als het ware in elkaar versmelten: via gedeelde herinneringen, maar vooral ook omdat de zoon het lijden van de moeder in zich opneemt, mee-leeft en mee-lijdt.

Die identificatie komt ook in andere gedichten aan bod, waar het gaat om de dood van een broer of een jong kind. Die ervaringen bevestigen de eindigheid, maar het maakt ze niet minder ondraaglijk. Uiteindelijk worden ook de herinneringen aan de kindertijd door die later confrontaties overspoeld.

Wat deze bundel echter zo bijzonder maakt, is de taal. De dichter is niet alleen een meester in het ritmische taalgebruik: het stuwen van een opsomming, of het afremmen en stilleggen van de woordenstroom. Opmerkelijk zijn de beelden, die als het ware geëtst worden via de poëzie. Daarbij komt een voorkeur van de dichter om ook beschouwend te zijn, om waarheden te achterhalen. Die meditatieve dimensie zorgt voor een rustpunt. Kortom, Verdwaalpalen is een bundel die aan de lezer coördinaten verschaft, maar hem ook opzettelijk in het bestaan laat verdwalen: louterend, maar ook onrustbarend.

 

Frank de Vos: Verdwaalpalen. Belijdenissen in blauw. P, Leuven 2016, 43 p. + ill. ISBN 9789492339126 

Deze recensie verscheen in het oktobernummer van www.Mappa Libri.be




 Terug naar overzicht  Volgende werk: Een lezeres na lezing van