Voor een moeder. Een cyclus in vier bewegingen I-IV

TEKST groter lettertype kleiner lettertype

woensdag 7 november 2012 om 13:24 uur.    |    Terug naar Gedichten
Dit werk werd reeds 1744 maal bekeken.


Deze cyclus verscheen in Digther 2012/2

 

Me hiciste dos/ un murio contuyo/ el resto es el que soy.

Je hebt me twee gemaakt/een stierf met jou/ de rest is wat ik ben.

                 Carta a mi madre, Juan Gelman

I.


                       Ostinato

Ma,

Ik ben begroeid met ons even.

Zoals die koffiekoek tussen de geur van koffie en kaneel geweven,
op die zondagmorgen, en op wat je bracht.

Het palmtakje dat je kruisigde, dat ik vergat, steeds weer vergeet.
Naar dat onze blijf ik kijken, en al dat samen eten.

Je bent zo fier in vieren en ook zo moedig zonder taal.
Ik beadem elke tafel met dit weten, met nog een zoen zoals het past.

Voor jou dus ma. Je afgeketste kei die nat blijft van je water,
na het vlies dat brak.

II.

                Sostenuto

Ma,

Ooit was toen, een woord voor vader die bij je binnenviel,
mij in je riep, en zingen liet. Het was februari, ergens.

Woord voor woord werd ik, een driesprong
op een priemgetal waaruit mijn broer is weg geslibd.

Een dwarsligger waarop geen naam kon sporen,
een schaduw die aan de tong bleef kleven.

Op het galmgat van onze mond zit zijn sourdine
Wij weten dat, ma.
Wij weten en wij verzwegen.


III.

                     Moderato

Ma,

de poliep op je stem is weemoed,
en sleet een lekkende kraan.

Tik…tik…tik…
Die klank…klank… klank
raakt stilaan uitgeklonken,
de jouwe om het bij naam te noemen

Hoe vochtig is de graad van je natte ogen?
Hoe groot het debiet van een knieval?

Tussen jou en ooit valt niet te kiezen.
Ik weet het: ooit is zoals uiteindelijk,
een loper die altijd past.

IV.

                        Glissando

Ma,

Ik haat rollende dobbelstenen,
schuivende pionnen op een ganzenbord,
ons gezelschapsspel dat ik verlies.

Wij zijn vluchtende vogels
voor de kat. In je armen voel ik ons beven.

Ik laat je geur die zwijgen zal,
die ik in kleur herdenken moet:

mosgroen die je aarde dekt,
oker voor je adem,
blauw voor je gemis, een eenzame scheur.

Wit het zout dat op me lekt, en smelt.
De strooidienst noem ik moeder,
mijn klaplong van gebrek.




Vorige werk: Wijzang in blauw. Terug naar overzicht Twijfelaars in bloei. Volgende werk: Voor een schone broer.