Cyclus

TEKST groter lettertype kleiner lettertype

maandag 9 juni 2008 om 10:50 uur.    |    Terug naar Gedichten
Dit werk werd reeds 1823 maal bekeken.


Cyclus

1.Zo
( genese)

Zwevende bladeren;
zo werd het woord: meerdelig
van hemel naar hemel, bloot en blank.

een witlijn van amarant naar kant

volgde de vonk. De bladeren vielen,
liepen van straat tot steeg,
van beuk tot eik en stilte

Daar schraapte ik het van mijn pen,
gaf het witte veren en liet het leven

2. Hier loopt een dief
( exegese )

Is het niet de ontroering die ons ontbond,
we niet buiten konden? Er, in het wilde
weg, er lopen?

We bogen er voor, er over.
We bogen voor liefde, dood, vis en vogel.
We bogen diep voor taal, het bewasemde raam
waarachter het lag, waarop we leunden,
als een gelegenheid, een dief
bij elk voorval, een voorvaldief
waarachter het ademde, een ademdief
en ontglipte

3. Cantabile

( synthese)

Vang nu aan met zien en strooi het uit
kort gebekt, het welt oprecht
uit lange snavels, zwart gevlekt, gevlerkt
door de lucht, op de wind, langgerekt

een naam
die er was en alles zong, zichzelf bezong
op weg naar Isfahan van begin tot einde
 


Opmerkingen:

Dit gedicht verscheen in Dighter 2008/9




Vorige werk: In omstandigheden Terug naar overzicht Descripta Volgende werk: Hommage aan een dichter