De Tien (tot nu toe)

TEKST groter lettertype kleiner lettertype

zondag 17 januari 2016 om 09:00 uur.    |    Terug naar Proza
Dit werk werd reeds 1549 maal bekeken.


De tien (tot nu)

Lezer,

Er is zo veel dat ik heb gelezen, zo veel dat ik nooit zal kunnen lezen. De boeken in mijn bibliotheek heb ik nooit geteld. Ik heb ook nooit kunnen achterhalen waarom literatuur mij zo kan begeesteren. Lezen zie ik als een antibioticum met breed spectrum tegen verdwazing en trivialiteit. Lezen dwingt mijn rusteloosheid tot vertraging, tot het langzame…

Men vroeg mij om tien titels te kiezen. Over deze ‘De Tien (tot nu)’ heb ik dagen nagedacht. Tijdens het jaareinde liep ik langs mijn boeken. Ik streelde de ruggen. Af en toe stond ik stil bij een boek dat me weerom zacht bij de hand nam of me opnieuw bij de strot greep. ,

Kiezen is uitsluiten, kiezen is iets of iemand onrecht aandoen zoals de schitterende auteurs die ik uiteindelijk niet heb opgenomen, die op de ruggen van hun romans naar mij knipoogden, waarover ik wel mijn vingers liet glijden: Louis-Ferdinand Céline, Michel Houellebecq, Marcel Proust, Albertine Sarrazin, Franz Kafka, Felix Timmermans, Jeroen Brouwers, Bart Stouten, Benno Barnard, Filip De Pillecyn, W.F.Hermans, Louis Couperus, Louis Paul Boon, Miguel de Cervantes, Mario Vargas Llosa, Nir Barham, Herman Teirlinck, D.H.Lawrence, Aldous Huxley, John Maxwell Coetzee, Hubert Lampo, José Saramago, John Irving, Gerard Walschap, Marcel Pagnol…

Met uitzondering van Maurice Gilliams koos ik voor ‘zuivere’ fictie en niet voor herinneringsproza, een genre waar onze hedendaagse, Vlaamse auteurs in uitblinken.

In de ban van de ring ( The Lord of the Rings), J.R.R.Tolkien (1892-1973)

“”RIJDEN! VOORUIT!’ riep Glorfindel en toen riep hij luid en helder in de Elfentaal tegen zijn paard: ‘ noro lim, noro lim, Asfaloth !’ Onmiddellijk sprong het witte paard weg en rende als de weerlicht het laatste stuk van de Weg af. Op datzelfde ogenblik sprongen de zwarte paarden hem achterna de heuvel af, en de Ruiters slaakten een ontzettende kreet….met zijn laatste verzwakkende zintuigen hoorde Frodo kreten en het scheen hem toe dat hij achter de Ruiters een stralende gestalte van wit licht zag…De zwarte paarden waren in razernij en terwijl zij in doodsangst steigerden, storten zij hun berijders in de ziedende wateren.”

In de ban van de Ring is een weergaloos epos over de strijd tussen goed en kwaad, een spannende turf van 1346 blz.in kleine druk. Tolkien schreef het tussen 1937 en 1949. Het stoorde hem dat alle mythes ofwel Welsh, Schots, Iers, Frans of Duits waren en Engeland er geen had. Daarom creëerde deze linguïst niet alleen deze mythologie met complete genealogieën maar eveneens de welluidende Elfentaal, het Quenya, dat hij voorzag van een uitgebreide grammatica en woordenschat. Het getuigt van een onwezenlijk verbeeldingsvermogen en vertelkracht. Dit boek las ik tweemaal, telkens met evenveel enthousiasme.

 

 Het leven en de dood in de ast, Stijn Streuvels (1871-1969)

“ De schuur met de dubbele poortluiken breed open, gelijkt een toneel waarn in de gapende diepte, door haveloze mannen in haastig tempo, een spel wordt opgevoerd…Van de torenhoogen stapel, bezijds, schept de man met den ruifel, altijd maar wortelen in den draagbak, die effen aan door twee anderen opgenomen, weggedragen, in den open trechter van het snijpeerd omgekanteld en ledig teruggebracht, bij den hoop neervalt om weer gevuld te worden. De vierde man draait de vrange waar het messenwiel de wortelen opvangt, die knarzelend dooreen wentelen en in stukken gesneden, langs de geul uitstroomen. Een forsige kerel schept de gemalen boonen met groote ruifelgrepen op, en gooit ze met machtigen zwaai in de diepte tegen den donkeren achterwand der schuur, waar de hoop gestadig aangroeit.

In Het leven en de dood in de ast beschrijft Streuvels een nacht van vijf seizoenarbeiders in een cichoreidroogoven. Ze mijmeren en dromen bij de vuurhaarden. In hun gesprekken versmelten heden en verleden. Tot er een zwerver opduikt die in de ast een plaats zoekt om te sterven. Deze roman blijft een absoluut hoogtepunt in de Vlaamse literatuur.

Liefde in tijden van cholera (El amor en los tiempos del cólera) Gabriel García Márquez (1927-2014)

‘ Er ging een siddering door Fermina Daza heen, omdat ze de oude, door de genade  van de Heilige Geest verlichte stem herkende…Toen keek zij naar Florentino Ariza, diens onoverwinnelijke autoriteit, diens onverschrokken liefde, en hij schrok van het late vermoeden dat het eerder het leven is dan de dood dat geen grenzen kent. ‘ En tot wanneer denkt u dat wij kunnen doorgaan met dit verdomde heen en weer varen?’ Florentino Ariza had het antwoord al drieënvijftig jaar, zeven maanden en elf dagen en nachten klaar. ‘Ons leven lang’, zei hij.

Na drieënvijftig jaar, zeven maanden en elf dagen en nachten…’ Deze slot akkoorden draag ik in mij mee. Deze auteur is een ras verteller die meesterlijk en begeesterend de grote universele thema’s als liefde, dood, ouderdom en begeerte bespeelt. Ik ken geen andere Latijns Amerikaanse schrijver dan Gabriël Garcia Marquez, Nobelprijs Literatuur 1982, die zijn continent zo meesterlijk in al zijn geuren, keuren en gewoonten beschrijft: Honderd jaar eenzaamheid, Kroniek van een aangekondigde dood, De kolonel krijgt nooit post, Herinnering aan mijn droeve hoeren, Verhaal van een schipbreukeling…

Karakter F. Bordewijk (1884-1965)

‘ In het zwartst van de tijd, omtrent Kerstmis, werd op de Rotterdamse kraamzaal het kind Jacob Willem Katadreuffe * met de sectie caesarea ter wereld geholpen. Zijn moeder was de achttienjarige dienstbode Jacoba Katadreuffe, zij werd bij verkorting Joba genoemd. Zijn vader was de deurwaarder, A.B.Dreverhaven, een man van achter in de dertig, toen reeds bekend als het zwaard zonder genade voor iedere schuldenaar die hem in handen viel’

*Deze naam op zijn Nederlands uit te spreken.

Met deze lijnen opent Karakter. Wanneer er een kleur bij dit boek moet worden gedacht dan is het staalblauw dat genadeloos de geschiedenis of beter de strijd tussen de twee protagonisten, een zoon en een vader kleurt. Opmerkelijk is de afstandelijke, zakelijke toon van Bordewijk waarmee hij het contrast schetst tussen een ruwe vader, een nietsontziende deurwaarder, en zijn elegante, introverte zoon die vooral op zijn moeder lijkt. Deze roman uit 1938 is in de Nederlandse letteren als ‘Bildungsroman’ een referentiepunt en verdient terecht een plaats in de canon.

Tortilla Flat, John Steinbeck (1902-1968)

“ Nee, als je over Danny’s huisje spreekt weet iedereen dat je een eenheid bedoelt bestaande uit mensen, uit welke eenheid minzaamheid, blijmoedigheid, liefderijkheid en tenslotte ook mystieke droefenis voortsproten. Want Danny’s huisje was niet ongelijk aan de Ronde Tafel, en Danny’s vrienden hadden veel van de Ridders van Koning Arthur”

Voor Tortilla Flat ontving Nobelprijswinnaar John Steinbeck  de prijs voor het beste debuut in California. Het verscheen voor The Grapes of Wrath, zijn definitieve doorbraak. Tortilla Flat is zowel een burlesk als een ontroerend verhaal van een groep vrienden die aan de zelfkant (over)leven. De geëngageerde Steinbeck toont een warm hart voor deze marginale ‘paisanos’. Meesterlijk en ironisch- de scene met de stofzuiger zonder motor als geschenk voor Dolores is ronduit hilarisch-zijn hier mijn trefwoorden. Zoals in Cannery Row speelt het verhaal zich af op de achtergrond van de visverwerkende nijverheid in het Californische Monterey van de jaren twintig. Het erfgoed wordt er vandaag op z’n Amerikaans als een pretpark bewaard.

Le Grand Meaulnes, Alain Fournier (1886-1914)

‘’Iemand heeft de kaars uitgeblazen die het zachte moedergezicht, gebogen over het avondmaal, voor mij verlichtte. Iemand heeft de lamp gedoofd waarrond wij ’s avonds, als mijn vader de houten luiken van de glazen deuren had gesloten, een gelukkig gezin vormden” Wanneer ik aan deze zin denk wordt ik nog steeds week.

Een gevoelige roman over liefde, over de vriendschap tussen opgroeiende jongens, een volmaakt, tijdloos verhaal over het leven op de drempel tussen jeugd en volwassenheid.

Ontboezemingen van de oplichter Felix Krull,( Bekenntnisse des Hochstaplers Felix Krull) Thomas Mann (1875-1955)

“Want wie alle dingen en mensen voor vol aanziet en ze serieus neemt zal hen daarmee niet alleen vleien en zich daarmee veel steun verlenen, maar hij zal ook zijn gehele denken en doen met een ernst, een hartstocht, een verantwoordelijkheid vullen die, doordat ze hem tegelijkertijd beminnelijke en belangrijk maken, tot de grootste successen en resultaten kunnen leiden”

Voor mij is deze roman een hoogtepunt van ironische vertelkunst en meteen de lichtvoetigste uit het werk van Thomas Mann. Felix Krull is een zwendelaar, een charmeur in de beau monde van Parijs, een aartsleugenaar die andermans zwakke kanten schaamteloos misbruikt en zichzelf tot slachtoffer kroont. Het eerste ontwerp dateert van 1906, in 1910 begon Mann er daadwerkelijk aan te schrijven. Deze klassiek geworden schelmenroman verscheen pas in 1954 en had nog een vervolg moeten krijgen, wat er door de dood van Mann helaas niet meer is gekomen.

Elias of het gevecht met de nachtegalen, Maurice Gilliams (1900-1982)

“ of ik van mijn pijn, misschien, een kunstwerk wilde maken? Want zoals ik nu dit onvervangbare beeld voor de scheppende fantasie van anderen bestemde, om er op onvervangbare wijze een uiterst pijnlijke gewaarwording mee te beschrijven, zo was het niet onmogelijk dat ik met dezelfde nauwkeurigheid mijn pijn beleefde ter bestemming van mijn latere geschriften”.

Laat, heel laat heb ik met het verrukkelijke, en sterk verinnerlijkte proza, met de rijkdom aan herinneringen van deze schrijver kennis gemaakt. Een schrijver die niet zozeer schoonheid wilde scheppen maar:” al schrijvende, een levende idee worden in de tijd, om mijzelf te overtreffen en er iets mee terug te winnen dat verloren ging”.  Gilliams is tot aan zijn dood aan zijn werk blijven sleutelen. Was het onzekerheid, de aarzeling door het nederige besef van het infinitum van het ooit, het nooit afgewerkte? En zoals bij Streuvels besef je hoe sterk ons Zuid-Nederlands idioom werd afgeschaafd ten bate van een vermagerde eenheidsworst, rijkelijk verdedigd door vereerde, smalende literaire landgenoten die tevens niet nalaten om hun veredelde zinnen met ‘ To the Point”,” Forwards, niet backwards” te besmetten. O, door elkaar geklutste Angelen en Saksen.

Siddartha, Herman Hesse (1877-1962)

Diep boog Govinda, tranen liepen over zijn oude gezicht, zonder dat hij het merkte, als een vuur brandde het gevoel van innigste liefde, van meest toegewijde verering in zijn hart. Diep boog hij, tot op de aarde, voor hem die roerloos zat, wiens glimlach hem aan alles herinnerde wat hij ooit in zijn leven had liefgehad, wat hem ooit in zijn leven waardevol en heilig was geweest”

Naast Demian, De Steppenwolf, Narziss en Goldmund, en Het Kralenspel van Herman Hesse is het vooral de lyrische, spirituele reis van Siddartha die op mij als jonge lezer een grote indruk maakte. Hesse was ook een gezegend dichter. Het gedicht Im Nebel is een van mijn lievelingsgedichten.

De Leeuw van Vlaanderen, Hendrik Conscience (1812-1883)

‘ Gij Vlaming, die dit boek gelezen hebt, overweeg, bij de roemrijke daden waarvan het getuigt, wat Vlaanderen eertijds was – wat het nu is – en nog meer, wat het worden zal indien gij het heilig voorbeeld van uw vaderen vergeet ! ‘

Ronduit bevlogen door De Leeuw van Vlaenderen supporterde ik voor de Klauwaerts wanneer dezen met hun goedendag de koppen van die lelijke Leliaerts insloegen. Ik las dit boek tijdens de eerste jaren van mijn humaniora. Consience, een brave Hendrik en als ik me niet vergis ook een leraar van de koningskinderen, schreef in 1838 zijn ‘ De Leeuw van Vlaanderen’. België was nog jong en had behoefte aan de glorie van het verleden om zich te legitimeren. Toen in 1914 de Duitsers binnen vielen, wees Albert I de Vlamingen niet voor niets op de Slag der Gulden sporen ( en de Walen op de 600 Franchimontezen) om hun Belgisch gevoel aan te wakkeren. Onze romantische Vlaamse leeuw heeft weinig tot het Belgische patriottisme bijgedragen. Integendeel, hij sloeg de bal brullend mis en dan nog wel richting het groeiende, Vlaamse bewustzijn. En zie Vlaanderen werd in België geboren.

Frank De Vos

 

 

 




Vorige werk: CAMP, een verloren gelopen woord  Terug naar overzicht Letteren  Volgende werk: De Tien van 2015