Ontmoetingen: Trees Van Aerdebrugge

TEKST groter lettertype kleiner lettertype

maandag 15 juni 2015 om 12:23 uur.    |    Terug naar Proza
Dit werk werd reeds 775 maal bekeken.


Het grote kleine blijf ik zoeken.

 

De naam van de blinde dichteres Trees Van Aerdebrugge heeft slechts eenmaal de krant gehaald en wel op 10 juni 2012 op de pagina van de overlijdensberichten. Met haar tikkende witte stok was zij met Hilde Van Cauteren, Ann Van Dessel, Lies Van Gasse en Walter Simons een van de genomineerden van de DorpsDichterDoelwedstrijd die in 2011 in Den Hopsack hun gedicht kwamen voordragen.

Op zaterdag 30.6.2012 was haar familie aanwezig bij mijn optreden in Vlassenbroek. Haar dochter gaf me haar doodsprentje met haar allerlaatste verzen. Naast haar naam haalde nu ook één gedicht het blijvende papier. Het opent met de veerboot aan de Styx en sluit met het licht als het muntstuk dat in de Griekse mythologie aan Charon, de veerman werd gegeven. En dat ‘licht’ is in het laatste vers een mooie dubbele bodem. Hoe nederige, sobere eenvoud in een weergaloze schoonheid kan ontploffen. De vredige, berustende woorden in haar afscheidsgedicht wars van huilerig suikersentiment sneden mijn adem af. Weerom heb ik aan Spinosa’s ‘Sub specie aeternitatis’ gedacht. Ik hield eraan om haar onder de aandacht te brengen.  

 

Een boot komt in zicht

Verwacht en toch

 

Vul mijn stoel niet

met herinneringen

berg mijn naam niet op in gedachten

 

Ik ben er nog aan de andere kant

van je dag, van je dromen

van een ver gezicht

 

De taal van mijn veerman is licht.

                                                                 Trees Van Aerdebrugge




Vorige werk: Ontmoetingen: Le Grand Bart Terug naar overzicht Ontmoetingen Volgende werk: Ontmoetingen: Bert Bevers zestig.