Over mijn fobie voor boeken met een kerkelijke afwijking.

TEKST groter lettertype kleiner lettertype

woensdag 8 augustus 2012 om 12:27 uur.    |    Terug naar Proza
Dit werk werd reeds 1306 maal bekeken.


Ik raak nooit voorbij het marktje met snuisterijen en tweedehandboeken aan de Sint-Jansvliet te Antwerpen. In mijn ’T Half Soeke bestelde ik met de lieflijkste pepsodent-lach een blond abdijbier. Meteen voldoende alcohol om het na vijf minuten ‘in mijn nek’ te voelen . Leentje is het gewoon om me sloten thee, schijfjes citroen en de nodige zakjes zoetstof voor te zetten. Mijn afwijking deed haar wenkbrauwen fronsen, bezorgd keek ze me aan.  

Vandaag is er veel in de vergetelheid verwaaid. Zo is er amper nog aandacht voor het indrukwekkende en veelzijdige oeuvre van Marnix Gijsen, pseudoniem voor Jan-Albert Goris.

‘Biecht van een heiden” is een toespraak uit 1963 die hij hield voor een groep jonge Dominicanen te Leuven. Het verscheen in 1971. Zijn kritiek op geloof is zakelijk en ontdaan van alle pathetiek:

Ik ben van oordeel dat godsdiensten meer misère en malheur hebben verwekt dan goeds, omdat ze haast alle verzeilen in een dogmatisme zonder genade, omdat zij door hun collusie met de wereldlijke machten aanleiding hebben gegeven tot oorlogen en vervolgingen, omdat zij ofwel als staatsreligie ofwel als aanhangers van de staatsraison verantwoordelijk zijn geweest voor eindeloze en idiote wreedheden”


Gijsen begint en eindigt met excuses voor het feit dat hij mogelijk mensen zou kwetsen. Dat is begrijpelijk natuurlijk, zeker in 1963. Maar begrijpen is iets anders dan voor iets begrip opbrengen. In verband met geloof blijven de lange tenen van velen mij verwonderen. Men kan over van alles en nog wat van mening verschillen: over wasmachines, voetbal, vibrators, politiek enz. Eens je geloof en hun instituten op de pijnbank van de geschiedenis legt, ben je respectloos, hatelijk en beledigend.

Ik vraag me af wat die jonge Dominicanen in 1963 hebben gedacht en hoe zij op hun verleden terug kijken. Dezen werden in de middeleeuwen ‘Gods honden’ (Domini-canes) genoemd, een geuzennaam die zij op prijs stelden. Tijdens de kruistochten tegen de Katharen in de dertiende eeuw kreeg de Inquisitie haar definitieve vorm en werd ze aan deze orde toevertrouwd. Vandaag is de instelling nog steeds actief onder de naam ‘Congregatie voor de geloofsleer’. Hans Kung, bevrijdingstheoloog Leonardo Boff en ‘onze’ pater Schillebeeckx met zijn ‘Jezus, het verhaal van een levende’ zijn enkelen van de velen die ervaring hebben met deze ‘denktank’. Joseph Ratzinger of Benedictus XVI was er tot zijn pausverkiezing de prefect van. Benedictus is overigens een opmerkelijke naamkeuze. Zijn illustere voorganger Jacques Fournier, de latere Benedictus XII was als bisschop een ijverige inquisiteur in de Languedoc. In ‘Montaillou’ van Leroy-Ladurie kan je er alles over lezen. Bij monde van Johannes-Paulus II werden er verontschuldigingen uitgesproken voor de excessen van ‘sommigen’, nooit voor de instelling als dusdanig. In het Vaticaan hangt blijkbaar geen ‘Spiegel Historiael’ om in te kijken. Dogmatisme vertroebelt elk zicht.

Onlangs las ik ook ‘Ketters, heksen en andere zondebokken’ van R.I.Moore.
De andere zondebokken waren joden, homo’s, prostituees en melaatsen.
Met dit werk schrijft deze historicus zich in het pantheon van de grote mediëvisten zoals Jacques Le Goff en Georges Duby. Hij beschrijft hoe de vervolging van anders denkenden werd geïnstitutionaliseerd en een systeem werd dat van boven af de massa stuurde en niet andersom.
Over hoe dit in de twintigste eeuw gebeurde leze men ‘Erger dan oorlog’ van Daniêl Goldhagen, de auteur van ‘Hitler’s gewillige beulen’.

Nu door het woestijnzand van het Nabije Oosten en een wollig cultuurrelativisme onze seculiere samenleving opnieuw wordt bedreigd, zijn de woorden van Marnix Gijsen brandend actueel. ‘ Biecht van een heiden’ is een helder kleinood om van te houden. Richard Dawkins had dit best ook gelezen. Het had ons een drammerig en gezwollen ‘The God Delusion’ bespaard en ook vele bomen. Dawkins is een missionaris van het andere soort en aan zendelingen van welk –isme ook, heb ik geen boodschap.

Uw goddeloze,
Frank De Vos

 




Vorige werk: Las Canarias y los Flandes. Terug naar overzicht In de armen van Clio Volgende werk: Upstairs-Downstairs: Trien van de nieuwe winkel.